Kattenyoga

Laatst liet ik jullie in ode aan de stalkat kennismaken met onze Nuts die uitblinkt in struinen en vangen, terwijl je in onze landloper kon lezen dat de zwerver ook niet voor de poes is. De uitdrukking ‘wat een hondenleven’ is welbekend. Het wil zoveel zeggen als een miserabel of ellendig leven leiden. Terwijl de meeste honden volgens mij best wel ‘een luizenleven’ hebben. Dat is weer het tegenovergestelde van een hondenleven. Maar waar een hond nog afhankelijk is van de uitspattingen van zijn baasje, loopt een kat met haar neus in de wind juist een andere richting uit. De uitdrukking ‘een kattenleven leiden’ bestaat niet bij mijn weten. Als er echter een dier is dat je kunt betichten van een luilekkerleventje dan is het wel het poezenbeest. Onafhankelijk haar eigen weg bewandelend. Zin in een muis? ‘Die heb ik zo effe gevangen’. Uitrusten op de rug van een kalf? ‘Mag ik best’. Languit in de zon? ‘Wie doet me wat’. Zin om een paar kilometer op het gemakkie door het weiland te stropen? ‘Geen haan die er naar kraait’. Muisjes hebben het hazenpad gekozen? ‘Geen nood…er loopt altijd wel een boerinnetje rond die heerlijke kattenbrokjes achterlaat in de schuur’… Een kat moet haast wel Zen zijn.

De vorige week trof ik haar in een soort yogasessie. Lekker in de zon ook. Het zou me niet verbazen als de uitvinder van yoga een kattenmens was.

Nu wachten tot ze zich waagt aan de meer ingewikkkelde houdingen zoals de cowface, extended puppy en de one-handed tiger.

Inmiddels betrap ik zelfs onze husky regelmatig in het oefenen van de sfinxhouding…

Ode aan een stalkat…

Bij deze de introductie van Nuts, onze boerderijkat. Als piepkleine kitten werd ze afgelopen zomer door een kennis van mijn schoonzusje bij ons neergezet en gebombardeerd tot stalkat. Muizenvangers zijn immers altijd welkom! Met natte oogjes en een trillend lijfje werd ze voor de honden gegooid. Figuurlijk dan. Niemand van ons verwachtte dat ze de bovenmaatse temperaturen van die zomer zou overleven, om maar niet te spreken over de strijd die ze moest leveren tegen drie hondenbeesten. Liefde en aandacht maakte het kattenwezen echter groter en sterker. Door de boerenfamilie werd ze gevoerd en gekoesterd, zodat zij een tamme poes werd met een passie voor de mens.

Zwervend over het erf der hofstede en sluipend door lokkende landerijen vindt zij haar weg. Zie je haar het ene moment paraderend over het tuinpad, het volgende moment steekt haar kattenkop boven het maaiveld uit. Als zwartbont poezenbeest beconcurreert zij al het andere beestenspul op onze boerderij. Zij wedijvert vol bravoure met koeien en honden om aaidacht en knuffels. Overal zie je Nootjes; in het gras, op het stro, op auto’s en tractoren, in de tuin. In ons grasland heeft zij temidden van witte- en zilverreigers al ettelijke grijsjasjes voor hun neus weggevangen, zoals zij ook in de stal haar arbeid verricht. Daar is zij door ons daarom een graag geziene stamgast. Als een volleerde diva positioneert ze zich op de eerste rang om de boerenwerkzaamheden zonder enige vorm van bemoeienis gade te slaan. Voor “poes poes poes!” heeft zij een zwak. Treft dit haar poezenoortjes dan ligt ze aan je voeten, snorrend en smekend om een kriebeltje of aaitje. Of ze steekt je al spinnend haar hoge rug toe. Je kunt er moeilijk omheen…

Afgelopen winter heb ik haar op een morgen betrapt in het hondenbed, eensgezind slapend met husky alsof het een innig gehuwd stel betrof. Wars van roddels en ethiek vlijde zij zich tegen de zachte, warme hondevacht. Ondanks hevige meningsverschillen vond zij genegenheid bij hem en maakte ze zonder gene misbruik van zijn goedhartigheid. Toen ik die ochtend het hondennest naderde verwachtte ik van haar een beschuldigende blik waarna ze haar kattensnor zou drukken. Niets van dat alles. Twee paar gespitste oren bleven staan waar ze stonden. Nee… dit mysterieuze miepje trekt haar eigen plan. Katachtigen staan nu eenmaal bekend als onafhankelijke wezens, die doen wat hun goed dunkt…

Voila! Onze Nuts in een notendop!